|
Van de onderhoudstechnici in Nederland is circa 23% nu al ouder dan 50 jaar. De komende tien jaar zullen minimaal 23.000 vacatures ontstaan. Omdat de vergrijzing deels is op te vangen door onderhoud beter te plannen en te organiseren, stijgt de vraag naar personeel met een HBO- of universitaire opleiding. De krapte op de arbeidsmarkt voor onderhoudstechnici is namelijk nog wat erger dan de generieke krapte op de technische arbeidsmarkt; 'de uiteindelijke uitvoering van reparaties blijft handwerk, maar de hoeveelheid is nog sterk te reduceren'. De pensioengolf van servicemonteurs is op te vangen door efficienter werken. Wat is onderhoud? In 'het vak' hebben we het over MRO; maintenance, repair and overhaul, ofwel onderhoud, reparatie en revisie. Onderhoud (1) is vooral tijdige vervanging van onderdelen, (2) reparatie het weer heel maken van iets dat is stukgegaan en (3) revisie kan behalve demontage en grondige inspectie ook betekenen het moderniseren, modificeren of renoveren van een fabriek, netwerk of wat meer zij volgens de laatste stand der techniek. Dit laatste wordt gezien de leeftijd van ons machinepark en onze infrastructuur steeds belangrijker. Vooral omdat met name de energiesector en in de procesindustrie steeds strengere veiligheids- en milieueisen gelden. Binnen deze definitie van onderhoud houden ongeveer 100.000 technici Nederland aan de praat. Zij onderhouden voor 225 miljard euro aan in kapitaalgoederen geinvesteerd vermogen, werken bij ongeveer 1000 afzonderlijke bedrijven en genereren een omzet van 10 tot 12 miljard. Van die 100.000 mensen is 23% nu al ouder dan vijftig jaar; de gemiddelde leeftijd van een onderhoudsmedewerker is 42 jaar. De komende vijf jaar vertrekt tot maximaal 30% van het huidige personeel. Op dit moment zijn reeds 7500 vacatures, voornamelijk op een laag opleidingsniveau en met een uitvoerend karakter, moeilijk tot niet vervulbaar. De komende tien jaar ontstaan 23.000 vacatures. De behoefte aan hoger opgeleid personeel stijgt; een vierjarige MBO-opleiding is de minimumnorm en HBO-niveau wordt op langere termijn maatgevend. Over de gehele linie is onderhoud nog steeds arbeidsintensief handwerk; loon bedraagt tweederde van de onderhoudskosten. De 100.000 onderhoudstechnici zijn uitvoerende monteurs, zogenoemde maintenance engineers, planners, werkvoorbereiders, groepsleiders, magazijnmedewerkers, technische inkopers, contractmanagers en hoofden van de technische dienst. Een onderhoudsvacature wordt opgevuld met iemand vanuit het technisch VMBO, MBO, HBO of TU, maar in toenemende mate beconcurreren de bedrijven in de sector elkaar om bestaand personeel. In de Nederlandse industrie werken ongeveer een miljoen mensen, zo een 15% van de totale beroepsbevolking. Dit aantal doet vermoeden dat het aantal onderhoudstechnici in totaliteit een veelvoud is van de reeds eerder gestelde 100.000. Op basis van bestaand cijfermateriaal is er geen staat te maken van het huidige aantal en de toekomstige behoefte aan onderhoudstechnici. Ook is niet te stellen dat de servicemonteurs annu 2008 over een X aantal jaar moeten worden vervangen door eenzelfde aantal onderhoudstechnici met dezelfde vakkennis en vaardigheden. De technologie veranderd immers en daarmee de aard van het werk. Het doen van toestandsafhankelijk onderhoud is het beste, maar dan moet je de toestand van de machine wel kunnen bepalen. De kennis hiervoor zit vaak in de hoofden van mensen en die gaan nu met pensioen. Daarom willen we die kennis formaliseren en wetenschappelijk onderbouwen. Die informatie, kennis en kunde leggen we vast zodat we uiteindelijk minder handjes en meer hersenen rond de machine krijgen. In de jaren zestig is een methodische aanpak van industrieel onderhoud in de militaire luchtvaart ontwikkeld; reliability centered maintenance. Eigenlijk heeft het best lang geduurd voordat die slimme onderhoudsmethodieken algemene praktijk zijn geworden. Er zijn schattingen dat er over de gehele linie nog zo een 10 tot 15% doelmatiger kan worden gewerkt. Als we in het industrieel onderhoud echt gaan doorrekenen, dan is een machine over tiem jaar 98% van de tijd beschikbaar tegen nu zo een 85 tot 95%. De uiteindelijke uitvoering van reparaties blijft handwerk, maar de hoeveelheid kan nog sterk gereduceerd worden. In een betere planning en organisatie van onderhoud zit de meeste toekomst en dat is werk op HBO- en universitair niveau. De industriele productie in Nederland kan met 5 tot 10% omhoog door de gemiddelde beschikbaarheid van alle machines te verbeteren tot het niveau van de best presterende machines op dit moment. De kosten voor onderhoud zijn dan te halveren. wat een besparing oplevert van 2,5 miljard euro per jaar. Bron: De Ingenieur, nummer 6 van 11 april 2008 |